dinsdag 26 januari 2016

De lerende zorgprofessional

‘We kijken naar de persoon in plaats van de opleiding’

‘Leren is een sociaal proces. Leren is groei. Leren is niet een voorbereiding op het leven, maar het leven zelf’.

John Dewey, Amerikaans filosoof 1859-1952

Als leren niet een voorbereiding is op het leven, maar het leven zelf, is dat dan hetzelfde als levenslang leren? Is levenslang leren een populistische kreet vanuit de politiek met economische belangen? Als je niet levenslang leert, hoor je er dan niet meer bij? Wie bepaalt of je wel of niet leert? Houdt het leren niet op wanneer je de schoolse situatie verlaat? Of leer je altijd in het leven en ben je jezelf daarvan niet bewust?
 “Het leren is het leven zelf”, zegt Dewey. Het maakt leren als iets wat er altijd bij hoort of je nu werkt of niet. Het is iets dat er gewoon bij hoort net als gewoon blijven ademen.
Het lijkt erop dat leren een biologisch proces is, dat pas stopt als er geen ademhaling en hartslag meer is. De biologische processen beschouwt vanuit de anatomie en fysiologie, zijn eigenlijk best complex. Het lijkt voor het leren ook zo te zijn. Iedereen heeft er een eigen mening over; de politiek, de organisatie, de maatschappij. Leer je dan nog wel voor jezelf of juist voor de ander?
Beschouwd vanuit de anatomie/fysiologie kun je zeggen dat het leren bij jezelf als individu behoort. Bestaat daarmee dan wel de ‘lerende organisatie’? Ik denk het niet. Het zijn de individuen binnen een organisatie die leren. Biesta (2015) omvat het leren in drie domeinen; kwalificatie, socialisatie en subjectificatie. Het leren op individueel niveau maakt dat het individu zich ontwikkelt met zijn eigen specifieke kwaliteiten en daarmee uniek is of kan zijn; subjectificatie. Doordat jouw uniciteit er toe doet en je onderdeel kan zijn van het geheel; socialisatie. Je handelt vanuit kennis en vaardigheden op breed en specifiek niveau; kwalificatie.
Het leren kan betekenis krijgen en bijdragen aan de verdere professionalisering door het leren te betrekken op de drie domeinen. Het proces zal pas dan effectief zijn wanneer  de organisatie de effecten ervan zal kunnen merken. Van belang is dat de focus komt te liggen op de drie domeinen zoals Biesta deze omschreven heeft en dan zal het bij kunnen dragen aan verdergaande professionalisering. Nog steeds het leren vanuit de individuele professional die daarmee duurzaam kan ontwikkelen van waaruit de organisatie zijn voordeel kan hebben.

Leren en ontwikkelen in organisatie komt meestal niet verder dan een opleidingsplan met trainingen en cursussen. De leervraag van de individuele professional wordt vaak op een dergelijke wijze beantwoord. Voldoet daarmee het opleidingsplan aan de drie domeinen zoals Biesta deze omschreven heeft. In mijn optiek niet. Je doet te kort aan alle domeinen door op deze wijze naar de leervraag te kijken.
Zelden wordt de functie van het leren gebruikt om het leren en ontwikkelen in een organisatie daadwerkelijk vorm te geven. Om professionals daadwerkelijk te laten beschikken over de relevante competenties en talenten is de leerfunctie centraal stellen een middel om de leervraag aan te scherpen.
Het leerlandschap(Ruijters&Simons, 2006) geeft hierop antwoord. Vanuit de metafoor van een zeelandschap met eilanden, bruggen en polders worden de leerfuncties omschreven en vooral met elkaar verbonden. De verbinding ervan maakt dat het leren breder functioneert doordat functies elkaar aanvullen en ook nodig hebben om als professional verder te kunnen ontwikkelen.
Bij elke leervraag is vanuit het leerlandschap een aanpak vanuit een leerfunctie die bij je verder op weg kan helpen.
De leeroriëntaties bestaan uit:
  • praktiseren 
    • De bepalende factoren hierbij zijn:
      • feedback
      • reflectie
      • samenwerken
      • verantwoordelijkheid voor anderen.
  •  onderzoeken
    • Gericht op
    • kennis
    • inzichten
    • vaardigheden
  • creëren 
    • draait om factoren als:
    • maken
    • ontwerpen
    • ontwikkelen van nieuwe diensten en producten die je zou willen realiseren
De samenhang wordt gevormd door de bruggen en polders. De bruggen staan voor de resultaten van het leren. Hier kennen we de typeringen van expliciteren, ondernemen en innoveren. De polders combineren twee processen van leren met elkaar. Het transferprobleem wordt kleiner omdat leren en werken hier gecombineerd worden. De typering van de polders zijn; pionieren, actie-onderzoek en co-creatie.

Het leren in de organisatie op die manier bewuster inzetten om professionals de ruimte te geven om zich verder op een duurzame wijze verder te ontwikkelen en op die manier bij te dragen aan het blijvend leren. Dan begint het leren net op werken te lijken!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten